De getijdenapp

Een paar jaar geleden heb ik een handige app gemaakt voor Android waarmee je de duiken in de Oosterschelde eenvoudig kan plannen: je voert een gewenste duikstek en datum in en de app geeft netjes terug wanneer op die datum en voor die duikstek de verschillende kenteringsmomenten zijn. Tot mijn vreugde en verbazing werd die app vrij populair in de duikersgemeenschap en dat viel ook de uitgever van de duikersgids op. Die waren net bezig met de ontwikkeling van een duikersgids app en waren geïnteresseerd om mijn baksel in hun app op te nemen. Nu, een paar jaar later, is de getijdenplanner een onmisbaar onderdeel van de duikersgids app en een populair onderdeel onder de Oosterscheldeduikers. Omdat er inmiddels enkele duizenden gebruikers zijn komen er regelmatig vragen en verzoeken binnen. Veel van die vragen hebben betrekking op geconstateerde afwijkingen tussen de voorspelling in de app en de werkelijke kentering. Hoewel ik altijd serieus controleer of er niet echt een fout in de app zit blijkt meestal dat de duiker in kwestie niet precies weet hoe het zit met die getijden en de redenen waarom de werkelijkheid soms afwijkt van de getallen die de app toont. Of, nog zorgelijker, hij vergelijkt de tijden in de app met tijdstippen uit een tabel maar hij gebruikt die tabel foutief. Omdat dit best vaak gebeurt leek het mij een goed idee eens wat dieper in te gaan op getijden, kenteringstabellen en de zaken waar je als duiker rekening mee moet houden.

Verkeerd gepland?

Wie in de Oosterschelde duikt heeft het vast wel een keer meegemaakt. Je plant je duik met behulp van een getijdentabel, berekent netjes wanneer je in- en uit het water moet en zorgt dat je ruim op tijd bij de duikstek komt. Maar dan, als het tijd is te water te gaan, blijkt het nog véél te hard te stromen. Of andersom: je komt ruim op tijd bij de Zeelandbrug omdat er dan nog voldoende parkeerplaats is. Je wandelt alvast de dijk op om daar te wachten tot het tijd is je om te kleden. Naar het water starend valt iets op: het stroomt niet! Blijkbaar heeft de Oosterschelde de getijdentabellen verkeerd gelezen en is alvast aan de kentering begonnen!?

Introductie getijdenduiken

Voor diegenen die nog nooit een duik in de Oosterschelde hebben gemaakt eerst zal ik eerst even kort introduceren wat daarbij komt kijken. Ben je een ervaren getijdenduiker? Sla gerust deze paragraaf over!

Duiken in de Oosterschelde is duiken in getijden. Wat betekent dat? Als je in een zoetwaterplas of de Grevelingen duikt, heb je geen stroming. Op veel locaties op tropische riffen heb je stroming vanuit één richting. Ideaal voor een driftduik. In de Oosterschelde heb je ook stroming, maar afhankelijk van het tijdstip stroomt het water een andere kant op. Dit wordt veroorzaakt door de getijden: bij vloed stroomt er water de Oosterschelde in vanaf de Noordzee. De stroming zal dan landinwaarts gaan. Bij eb stroomt het water westwaarts, terug de Noordzee in. Als je een duik in de Oosterschelde goed plant heb je een driftduik waarbij je de duik één kant op met de stroming mee begint, halverwege keert de stroming om en je gaat weer met de stroming mee de andere kant op. Een driftduik waarbij je op dezelfde plek uitkomt als waar je bent begonnen! Als je een duik verkeerd plant, kan je echter een duik met te harde stroming hebben, met alle risico’s van dien. Om je duiken goed te plannen maak je gebruik van getijdentabellen van Rijkswaterstaat, gecombineerd met correctietabellen voor specifieke duikstekken. Deze stellen je in staat, mits goed gebruikt, om precies met hoog- of laagwater te duiken op wat we de kentering noemen: het moment tussen eb en vloed waarop het water het minst hard stroomt. Je berekent aan de hand van de tabel dit kenteringsmoment, bespreek met je buddy hoe lang je wilt duiken en gaat op de helft van die geplande duiktijd te water. Bijvoorbeeld als de verwachte kentering om 12:00 is en je wilt een uur duiken dan begin je om 11:30 met je duik.

Astronomisch getij

Voor ik in ga op de gevolgen voor duikers eerst even een stukje achtergrond over wat de getijden zijn en wat ze veroorzaakt. Is een beetje wetenschappelijk van aard en als je dat totaal niet interessant vind kan je het rustig overslaan en verder gaan bij de volgende paragraaf. En mochten er echte geofysici in het publiek zitten: soms versimpel ik de werkelijkheid een beetje ten behoeve van de begrijpelijkheid. Het gaat hier om de realiteit zoals ervaren door duikers, niet om een wetenschappelijk volledig onderbouwd en sluitend verhaal te houden! Laat ik bij het begin beginnen: het astronomisch getij. De meesten hebben op school wel geleerd dat de getijden worden veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de zon en de maan. Maar hoe werkt dat nou precies, en waarom zijn er dan twee hoog- en twee laagwatermomenten per dag en niet maar 1? Als we met een versimpeld model beginnen is het nog overzichtelijk, zoals je kan zien in onderstaande afbeelding.

De zwaartekracht van de maan werkt het sterkst aan de kant van de aarde die naar de maan gericht is. Aangezien water niet comprimeerbaar is maar wel makkelijk vervormt en verplaatst wordt het water aan die kant “omhoog” getrokken naar de maan (dit is zo’n gevalletje waar de echte geofysici van hun stoel vallen, de werkelijkheid is iets complexer).

De zon heeft een vergelijkbaar maar veel zwakker effect. Hoewel de zon een vele male grotere massa heeft staat hij zover weg dat de effecten van de zwaartekracht van de zon op onze getijden veel kleiner zijn, maar wel merkbaar. Dat zie je vooral aan de hoogteverschillen tussen de getijden in de loop van de maand. Als de zon en de maan in één lijn met elkaar staan, bij volle en nieuwe maan, versterken ze elkaar en spreken we over springtij. Wanneer ze haaks op elkaar staan (in het eerste en laatste kwartier) heffen ze elkaar een beetje op en spreken we over doodtij. Dat bij ons spring- en doodtij niet precies gelijk vallen met de maanstanden heeft te maken met de oorsprong van de getijdengolf. Het getij in de Noordzee begint in de zuidelijke IJszee, waar de watermassa zich ononderbroken tussen de continenten door kan voortbewegen. Via de Atlantische oceaan beweegt de getijgolf zich in onze richting met een snelheid van ongeveer 750 km/u om na twee tot drie dagen bij onze kust aan te komen. Hierdoor is het bij ons twee (Oosterschelde) tot drie (Waddeneilanden) dagen later pas springtij.

Maar waarom hebben we dan ook hoogwater aan de kant van de aarde die het verst van de maan staat? Hoewel er verschillende theorieën te vinden zijn, heeft Isaac Newton al in 1687 de correcte verklaring gegeven met zijn gravitatiewet. De maan trekt niet alleen het water aan, de zwaartekracht van de maan “trekt” ook aan de aarde zelf. Hierdoor “valt” de aarde een beetje naar de maan toe. Andersom valt de maan ook richting aarde omdat de zwaartekracht van de aarde aan de maan trekt. Ze vallen nooit op elkaar omdat ze beiden ook een bewegingsrichting hebben die haaks staat op de richting waarin ze vallen. Daardoor resulteert het vallen alleen in een richtingsverandering en draaien de aarde en de maan om elkaar heen. Het hoogwater aan de kant van de aarde tegenover de maan wordt veroorzaakt door dit vallen: het water blijft een beetje “achter” terwijl de aarde naar de maan wordt getrokken. Vergelijk het met wanneer je met grote snelheid met de auto over een heuveltje rijdt: de auto wordt na de heuvel al naar beneden getrokken door de zwaartekracht, maar jij blijft een beetje achter waardoor je loskomt van je stoel.

Overige effecten

Is het verhaal hiermee compleet? Nog lang niet! In bovenstaande voorbeeld ben ik er voor het gemak van uitgegaan dat het aardeoppervlak volledig glad is en het water dus vrijelijk over de oppervlakte kan stromen. Dat is in werkelijkheid natuurlijk niet het geval. Bijna 30% van het aardoppervlak bestaat uit land en ook onder water zijn geologische structuren die de stroming van water beïnvloeden. Denk aan de 12 kilometer diepe Marianentrog of de hoogste berg ter wereld, de Mauna Kea die vanaf zijn voet op 6 kilometer diepte uitsteekt tot 4.200 meter boven zeeniveau waarmee hij op een hoogte van ruim 10 kilometer komt.

Of iets dicht bij huis. Op de Atlantische Oceaan kan het water redelijk vrij bewegen, maar vlak voor onze kust ligt Groot-Brittannië een beetje in de weg waardoor het water door het kanaal gestuwd wordt en het water daar veel harder kan stromen. En in ons eigen landje hebben de natuur tegengewerkt door de Oosterscheldekering aan te leggen waardoor water lastiger de Oosterschelde instroomt.

Al die onregelmatigheden hebben zelfs een groter effect op de getijden dan de maan. Midden op de oceaan, waar de getijden het minst beïnvloed worden door geologische onregelmatigheden is het hoogteverschil tussen de getijden maar 1 meter, terwijl op sommige plaatsen het verschil meer dan 10 meter is, zelfs 16 meter op Nova Scotia! Bij ons in de Oosterschelde varieert het verschil van twee meter in het westen bij Neeltje Jans tot bijna drie meter bij de Bergse Diepsluis in het oosten. Dit komt doordat de oostelijke Oosterschelde minder diep is en het water daar dus geen kant op kan. De enige kant die het op kan als er meer water naar toestroomt is omhoog!

En derde en vaak zwaar onderschat effect op de hoogte van de waterstand en de sterke van de stroming is iets wat heel wetenschappelijk “klotsen” genoemd wordt. Doordat het water dat rond getrokken wordt allerlei obstakels tegenkomt wordt het soms een andere kant opgeleid en “klotst” het weer terug. Ook geologische fenomenen als aardbevingen en vulkaanuitbarstingen kunnen invloed hebben doordat deze een enorme waterverplaatsing veroorzaken. Dicht bij de aardbeving kan zich een tsunami zich vormen, maar deze kan wereldwijd gevolgen hebben voor de hoogte van het water en sterkte van de stroming.

Kentering

Leuk, al dat gepraat over de astronomische getijden, maar wat heb ik daar als duiker nou aan? Helemaal niets! Het maakt ons duikers niet uit of het nou hoog- of laagwater of iets daartussen in is. Behalve dan bij die duikstekken waar de provincie Zeeland de trap niet ver genoeg laat doorlopen om bij laagwater fatsoenlijk te water te kunnen. Wat voor ons duikers belangrijk is, is vooral hoe hard het water stroomt.

En dat hangt voor een heel groot deel samen met die getijden. Vandaar dat het heel erg van belang is, alleen op een indirecte manier. 

Hoewel we het altijd hebben over te water gaan bij hoog- of laagwater bedoelen we eigenlijk dat we te water willen rond de hoog- of laagwaterkentering. Dat is het moment tussen eb en vloed waarop het water het minst hard stroomt. En dus het duiken het meest ontspannen te doen is.

Het bepalen wanneer dat moment is wordt gedaan op basis van het astronomisch getij en de bekende variaties binnen de Oosterschelde. Omdat dit complexe berekeningen zijn wil je die niet allemaal – duikers, maar ook vissers en de scheepvaart – zelf doen. Daarom publiceert Rijkswaterstaat (RWS) getijdenvoorspellingen die door alle gebruikers van de Noordzee en Oosterschelde gebruikt kunnen worden. Dit is, net als de weersverwachting, geen exacte wetenschap. De voorspelling van Rijkswaterstaat is gebaseerd op het astronomisch getij. Ze publiceren eenmaal per jaar de voorspellingen gebaseerd op het astronomisch getij en gedurende het jaar verbeterde (korte termijn) voorspellingen waarbij rekening gehouden wordt met de actuele weersverwachting.

Getijdentabellen

Die tabellen worden primair gepubliceerd ten behoeve van de scheepvaart. En voor die doelgroep is de kentering van belang in de vaargeul aan de oppervlakte, dat is dus precies wat RWS in de tabellen voorspelt.

Aan de oppervlakte blijven we als duikers natuurlijk niet zo lang en in de vaargeul mogen we niet duiken. Daarom zijn in de loop der jaren herleidingstabellen ontwikkeld, vooral door de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB). Deze tabellen geven op basis van ervaringscijfers het verschil in kentering aan tussen een van de tabellen van Rijkswaterstaat en een specifieke duikstek bij hoog- of laagwater.

Hier hebben we ook een van de veelgemaakte fouten te pakken van beginnende Oosterschelde duikers: ze hebben wel ergens gehoord dat ze die getijdentabellen moeten gebruiken, maar vergeten de correctie toe te passen voor een specifieke duikstek. Of ze pakken een tabel van Stavenisse met de correcties die voor de tabel van Zierikzee bedoeld zijn.

Zeker in de Oosterschelde, wat een forse trechter is, kunnen weersomstandigheden de stroming flink beïnvloeden. De tabellen die we als duikers gebruiken zijn de jaarlijks gepubliceerde, waarbij geen rekening gehouden wordt met de weersverwachting. Als er een paar dagen een forse oostenwind heeft gestaan kan de kentering zomaar een half uur afwijken van de in de tabel genoemde tijden! Ook de diepte maakt dan uit: hoewel de wind de stroming flink kan beïnvloeden is dat effect sterker aan de oppervlakte dan op diepte. Als je als een Belg duikt en altijd naar 40 meter wilt moet je dus rekening houden met stroming die afwijkt van wat je aan de oppervlakte ziet. 

Welke tabel?

RWS publiceert getijdentabellen voor heel veel locaties. Voor een beperkt aantal daarvan zijn correctietabellen voor duikers beschikbaar. Maar welke moet je nou gebruiken? Stavenisse? Zierikzee? Moet ik de duikersgids app maar vertrouwen? Simpel. Ze zijn alle drie fout. Of zoals de statisticus George Box al zei, “all models are wrong, but some are useful”!

Uit bovenstaande verhaal blijkt wel dat er meer bij komt kijken dan simpel een tabelletje toepassen. Er zijn te veel omstandigheden die de stroming kunnen beïnvloeden om volledig af te kunnen gaan op één tabel. De belangrijkste les die ik wil meegeven is dat je áltijd de actuele omstandigheden ter plaatse moet beoordelen voordat je je duik maakt en bij je duikplan rekening moet houden met die omstandigheden.

Om te laten zien dat de tabellen niet kloppen heb ik er twee naast elkaar gelegd. Daaruit blijkt wel dat door de aannames die gedaan zijn, de gemiddelden die worden toegepast en de variaties die genegeerd worden er grote verschillen tussen de tabellen zitten. 

De grafiek in bovenstaande afbeelding laat het verschil zien tussen de getijdenvoorspelling bij de Zeelandbrug van Stavenisse-tabel ten opzichte van Zierikzee (Zierikzee staat op de 0-lijn). De toegepaste correcties bij hoogwater en bij laagwater zijn respectievelijk -45 minuten en -20 minuten ten opzichte van Zierikzee en -40 minuten en -20 minuten ten opzichte van Stavenisse. Met die correctie toegepast zie dat de kentering ten opzichte van Stavenisse varieert van 25 minuten vóór tot 20 minuten na de kentering ten opzichte van die bij Zierikzee. Er is maar op weinig dagen een verwaarloosbaar verschil. De meest extreme uitslag vind je op 11 september 2016. Volgens de herleidingstabel t.o.v. Zierikzee is de gecorrigeerde laagwaterkentering bij de Zeelandbrug dei dag om 17:00, ten opzichte van Stavenisse om 16:35. Hoewel 25 minuten op een dag niet veel is, is dit ongeveer de helft van je duik. En het verschil tussen een ontspannen duik precies op de kentering en een recordpoging wedstrijdsnorkelen. 

Tot slot

Als die tabellen zo kunnen afwijken van de werkelijkheid, moet je ze dan wel vertrouwen voor een duik? Mijn advies is: gebruik de tabellen maar vertrouw ze niet. Gebruik een tabel (bij voorkeur meerdere!) om te bepalen wanneer je ongeveer kan duiken. Zorg dat je ruim op tijd bij de duikstek bent. Maak vervolgens na inschatting van de lokale omstandigheden met je buddy een duikplan die daar bij past. Dat kan betekenen dat je langer moet wachten dan je verwacht had. Maar je kan ook besluiten, hoewel het vaak wordt afgeraden, om met wat sterkere stroming te gaan duiken. Een leuke optie is bijvoorbeeld een driftduik te maken van de oostelijke naar de westelijke trap bij de Zeelandbrug. Uiteraard niet precies tussen de kenteringen in, dan kan het water in de Oosterschelde wel 2 knopen (3,5 km/u) stromen. Een prima slentertempo, maar onderwater hard genoeg om je masker van je gezicht te blazen en in drie minuten van de oostelijke naar de westelijke trap te vliegen! De NOB geeft als richtlijn 0,6 knopen (1,1 km/u) als maximum om bij te duiken. 

FAQ

Een paar veel gestelde vragen zijn in bovenstaande artikel nog niet aan bod gekomen, dus die laat ik hier nog even de revue passeren

 

V:  Hoe kan het dat de getijdentabel voor de Zeelandbrug ten opzichte van Zierikzee een correctie van -45 minuten kent terwijl de Zeelandbrug bij Zierikzee ligt?
A:  Dit wordt veroorzaakt door de eerdergenoemde verschillen in geografie. De tabel laat de kentering in de vaargeul zien, maar door de ligging van de Zeelandbrug wijkt de kentering daar af van die van het meetpunt van RWS. In theorie zou je bij de tweede pijler al een andere correctie moeten toepassen dan bij de eerste, omdat de tweede pijler dichter bij de vaargeul ligt
V:  Waarom kan je op sommige plekken in de Oosterschelde wel buiten de kentering duiken en bij andere niet?
A:  Ook dat heeft te maken met de lokale geografie. Neem bijvoorbeeld de Oesterdam, een populaire stek om buiten de kentering te duiken. Die ligt helemaal in het oostelijke uiteinde van de Oosterschelde. Het water kan hier gewoon geen kant op! Het gaat alleen omhoog en omlaag, maar zal daarbij weinig stromen. Ook strekdammen en andere obstakels kunnen een duikstek een gunstige ligging geven waardoor je buiten de kentering kan duiken
V:  En hoe zit dat dan met stekken waar je alleen met een specifiek tij kan duiken?
A:  Eigenlijk precies hetzelfde antwoord. Door de ligging van sommige stekken en de bodemstructuur kan de stroming erg ongunstig zijn bij eb of juist bij vloed. Bijvoorbeeld bij Goesse Sas wordt alleen bij laagwater gedoken. Wie daar weleens is geweest heeft vast opgemerkt dat de stroming niet parallel loopt aan de kant zoals bij de Zeelandbrug. Het water stroomt daar bij eb bij de kant vandaan en bij vloed weer naar de kant toe. Als je dus bij hoogwater zou duiken zou je aan het begin van de duik tegen de stroming in moeten zwemmen om op diepte te komen. Halverwege je duik keert de stroming om en wordt je juist weggevoerd van de kant! Daar duik je dus alleen met laagwater.
V:  Als het water alleen vanaf de Noordzee de Oosterschelde in kan stromen, hoe kan het dan dat de hoogwaterkentering bij de Bergse Diepsluis eerder is dan bij de Zeelandbrug of Plompe toren die toch veel westelijker liggen?
A:  Hoewel het voor de hand ligt te veronderstellen dat het water bij de Oesterdam stijgt omdat er meer water de Oosterschelde instroomt is het eigenlijk andersom. De maan komt net als de zon in het oosten op. Daarmee wordt dus in het oosten van de Oosterschelde het water eerder omhoog “getrokken”. Het water verderop in de Oosterschelde gaat stromen om het “gat” te vullen dat ontstaat doordat het water in het oosten omhoog komt!

 

Bronnen

Rijkswaterstaat; Astronomisch getij;

NOB, Correctietabellen ten opzichte van Stavenisse;

Duikcentrum de Grevelingen;Correctietabellen ten opzichte van Zierikzee

Ministerie van Defensie; Getijdengids 2017;

Rijkswaterstaat; Getijdenvoorspelling;

George Box, 1976; Journal of the American Statistical Association;

Donald E. Simanek; Tidal Misconceptions;

National Oceanic and Atmospheric Administration; Tsunamis;

Helmer Aslaksen; Why Are There Two High Tides Each Day?;

 

Cultureel Sri Lanka

Aangekomen in Kandy begint het cultuurhappen echt. Uiteraard ruik zie en voel je de cultuur van een land als je gewoon over straat loopt, maar historische en cultureel erfgoed bezoeken laat je een andere kant zien. Maar eerst gaan we olifantjes kijken in het olifantenweeshuis in Kegalle. Het leukst hier is het dagelijks bad dat de olifanten in de rivier nemen. Om vanaf hun vaste verblijf bij de rivier te komen moeten de dieren door het dorp heen geloodst worden, een heel spektakel met een man met megafoon voorop om mensen aan de kant te sturen voor hun eigen veiligheid. Bij de rivier weten de olifanten al wat er gaat gebeuren en ze zoeken allemaal een plekje in de rivier. Daar blijven ze stilstaan, schijnbaar wachtend op iets. Wat dat is wordt snel duidelijk: een grote tuinbouw sproeier wordt aangezet en de olifanten blijken allemaal een mooi plekje te hebben om de volle lading te ontvangen.

Kruidentuin

Sri Lanka is overwegend buddhistisch en als tweede religie doet…

Read more: Cultureel Sri Lanka

Na een wat verlate aankomst in Sri Lanka gaan we snel door naar Colombo. Half drie 's nachts komen we aan in ons hotel net buiten het centrum. Uiteraard uitslapen de volgende dag maar na het ontbijt snel aan de bak. We willen ons eerst oriënteren op de vervolgreis. Hoe werkt dat hier met trein en ander vervoer? Dus we nemen eerst de tuktuk naar het station om uit te vogelen hoe laat de volgend dag de trein naar Kandy vertrekt. Dat is makkelijk, een modern station heeft gewoon een display waar de treintijden naar de verschillende bestemmingen op rouleren. We besluiten de trein van half elf te pakken. Niet de snelste, maar voor de intercity moeten we te vroeg op!

Nadat dit geregeld is gaan we Colombo bezichtigen. We beginnen in Pettah, de wijk waar vroeger de Nederlanders verbleven. Dit is een leuke, drukke kennismaking met het Sri Lankese leven. De wijk bestaat uit straatjes vol met kraampjes en winkels. Gezellig maar ook erg druk. Om even bij te komen duiken we een museum in: het…

Read more: Welkom in Sri Lanka

 
 
 

Breadcrumbs